Titre
Stille kracht / druk 2
Auteur
Couperus, Lous
Langue
néerlandais
ISBN
9789025404420
Éditeur
Contact, Uitgeverij
Prix
€ 4,00(Excl. toute livraison)
Détails
2002, paperback, gelezen maar in prima conditie
Plus d'informations
De 48-jarige Otto van Oudijck is een Nederlandse resident in de verzonnen plaats Laboewangi[1] aan zee bij Surabaya op Java rond 1900. Van Oudijck is na zijn scheiding hertrouwd. Als Nederlands bestuurder staat hij boven de lokale adel, vooral de regent (Raden Adipati) Soerio Soenario uit de plaatselijke vorstelijke familie die haar oude machtspositie behouden heeft.
Van Oudijcks werk is alles voor hem. De resident beseft zodoende niet dat zijn huidige echtgenote Léonie, een blanke vrouw die een stuk jonger is dan hijzelf, hem achter zijn rug om bedriegt met Theo, zijn inmiddels 23-jarige zoon uit zijn eerste huwelijk met een Indische "nonna" van gemengd bloed. Van Oudijck krijgt anonieme brieven waarin hij wordt gewezen op het gedrag van Léonie, maar deze brieven neemt hij niet serieus.
Van Oudijcks dochter Doddy heeft stiekem een vriendje, Addy De Luce, een aantrekkelijke Indische jongen van de lokale suikerplantage met wie ze vaak 's avonds gaat wandelen. Doddy noch haar vader weten echter dat Léonie gaandeweg ook nog een relatie aanknoopt met Addy, die een geliefde versierder is. Van Oudijck zelf heeft daarnaast mogelijk uit een eerdere kortstondige affaire met een huishoudster nog een buitenechtelijke zoon, die hij zich niet kan herinneren. Deze zoon heeft hij nooit erkend of willen zien. De jongen wordt in het dorp Si-Oudijck genoemd. Otto's erkende zoon Theo en Si-Oudijck ontmoeten elkaar een keer in het geheim. Ze ontdekken dat ze beiden een hevige afkeer hebben van hun biologische vader.
Van Oudijck raakt intussen steeds meer in conflict met het lokale bestuur. Hij ontslaat de regent van Ngadjiwa, de broer van de regent van Laboewangi, wegens het vergokken van de salarissen voor zijn dorpshoofden en openbare dronkenschap. De moeder van de ontslagen regent smeekt Van Oudijck tevergeefs om clementie. Bovendien negeert Van Oudijck de adat, de lokale gebruiken. Een pasar malam wordt op de verkeerde datum gehouden en voor een nieuwe put wordt verzuimd een offermaal te geven. Waarschuwingen uit de "geestenwereld" worden door Van Oudijck als bijgeloof afgedaan.
Een mysterieuze "stille kracht" doet zich op een gegeven ogenblik gelden. Wanneer Léonie op een dag in bad gaat, wordt ze van boven op mysterieuze wijze "bespookspuwd" met veel rode sirih, die aan bloed doet denken. Ze raakt in paniek en haar inheemse dienstmeid Oerip moet haar kalmeren. Hier blijft het niet bij: een spiegel wordt door een grote steen vernield, Van Oudijcks bed wordt bevuild, glazen breken spontaan in kleine stukjes, de whisky is "okergeel" bedorven en er klinkt hamergeluid. Van Oudijck probeert tevergeefs een verklaring voor dit alles te vinden. Inmiddels horen andere Nederlanders kindergehuil.
Heel Laboewangi spreekt over de vreemde gebeurtenissen. Van Oudijck, wiens reputatie op het spel staat, zet nu soldaten in om het huis uit te kammen en laat de badkamer afbreken. Het hele huis wordt schoongemaakt en na een gesprek met de regent houden ook de mysterieuze verschijnselen op. Het blijft onduidelijk of een van Van Oudijcks persoonlijke vijanden erachter zat, dan wel iemand of iets anders. Van Oudijck heeft niettemin het gevoel de zaken weer in de hand te hebben en hij voelt zich nu weer oppermachtig.
De intriges gaan echter verder en verzieken Van Oudijcks familieleven. Hij begint aan depressies te lijden wanneer hij er uiteindelijk achter komt dat de geruchten over de relatie tussen zijn eigen zoon Theo en Léonie kloppen. De brieven houden op nadat Van Oudijck geld gaat geven aan Si-Oudijck, zijn niet-erkende zoon. Uiteindelijk wordt Van Oudijck ziek. Hij begint te geloven dat er daadwerkelijk een "stille kracht" bestaat die heel wat sterker is dan hij. Hij vertrouwt nu niemand meer in zijn omgeving.
Léonie vertrekt uiteindelijk naar Europa met de twee jongste kinderen, nadat Theo en Léonie hun relatie hebben verbroken. Doddy trouwt met Addy. Van Oudijck neemt ontslag, hoeveel zijn werk ook ooit voor hem betekend heeft. Hij gaat een teruggetrokken leven leiden met een Indonesische vrouw. In een laatste gesprek met de vrouw van de controleur van Laboewangi Eva Eldersma erkent Van Oudijck de stille kracht, die hem uiteindelijk heeft verslagen.
De roman eindigt met een beschrijving van de uit Mekka terugkerende hadji die triomfantelijk worden ingehaald door de lokale bevolking. De verteller beschrijft hoe het volksleven van de Javanen in het geheel niet door de westerlingen wordt geraakt. Zij en hun geheimzinnige land verzetten zich tegen de ingrepen van de Nederlanders en alles is vervuld van een stille kracht, die zich aan de europeanisering onttrekt.
Van Oudijcks werk is alles voor hem. De resident beseft zodoende niet dat zijn huidige echtgenote Léonie, een blanke vrouw die een stuk jonger is dan hijzelf, hem achter zijn rug om bedriegt met Theo, zijn inmiddels 23-jarige zoon uit zijn eerste huwelijk met een Indische "nonna" van gemengd bloed. Van Oudijck krijgt anonieme brieven waarin hij wordt gewezen op het gedrag van Léonie, maar deze brieven neemt hij niet serieus.
Van Oudijcks dochter Doddy heeft stiekem een vriendje, Addy De Luce, een aantrekkelijke Indische jongen van de lokale suikerplantage met wie ze vaak 's avonds gaat wandelen. Doddy noch haar vader weten echter dat Léonie gaandeweg ook nog een relatie aanknoopt met Addy, die een geliefde versierder is. Van Oudijck zelf heeft daarnaast mogelijk uit een eerdere kortstondige affaire met een huishoudster nog een buitenechtelijke zoon, die hij zich niet kan herinneren. Deze zoon heeft hij nooit erkend of willen zien. De jongen wordt in het dorp Si-Oudijck genoemd. Otto's erkende zoon Theo en Si-Oudijck ontmoeten elkaar een keer in het geheim. Ze ontdekken dat ze beiden een hevige afkeer hebben van hun biologische vader.
Van Oudijck raakt intussen steeds meer in conflict met het lokale bestuur. Hij ontslaat de regent van Ngadjiwa, de broer van de regent van Laboewangi, wegens het vergokken van de salarissen voor zijn dorpshoofden en openbare dronkenschap. De moeder van de ontslagen regent smeekt Van Oudijck tevergeefs om clementie. Bovendien negeert Van Oudijck de adat, de lokale gebruiken. Een pasar malam wordt op de verkeerde datum gehouden en voor een nieuwe put wordt verzuimd een offermaal te geven. Waarschuwingen uit de "geestenwereld" worden door Van Oudijck als bijgeloof afgedaan.
Een mysterieuze "stille kracht" doet zich op een gegeven ogenblik gelden. Wanneer Léonie op een dag in bad gaat, wordt ze van boven op mysterieuze wijze "bespookspuwd" met veel rode sirih, die aan bloed doet denken. Ze raakt in paniek en haar inheemse dienstmeid Oerip moet haar kalmeren. Hier blijft het niet bij: een spiegel wordt door een grote steen vernield, Van Oudijcks bed wordt bevuild, glazen breken spontaan in kleine stukjes, de whisky is "okergeel" bedorven en er klinkt hamergeluid. Van Oudijck probeert tevergeefs een verklaring voor dit alles te vinden. Inmiddels horen andere Nederlanders kindergehuil.
Heel Laboewangi spreekt over de vreemde gebeurtenissen. Van Oudijck, wiens reputatie op het spel staat, zet nu soldaten in om het huis uit te kammen en laat de badkamer afbreken. Het hele huis wordt schoongemaakt en na een gesprek met de regent houden ook de mysterieuze verschijnselen op. Het blijft onduidelijk of een van Van Oudijcks persoonlijke vijanden erachter zat, dan wel iemand of iets anders. Van Oudijck heeft niettemin het gevoel de zaken weer in de hand te hebben en hij voelt zich nu weer oppermachtig.
De intriges gaan echter verder en verzieken Van Oudijcks familieleven. Hij begint aan depressies te lijden wanneer hij er uiteindelijk achter komt dat de geruchten over de relatie tussen zijn eigen zoon Theo en Léonie kloppen. De brieven houden op nadat Van Oudijck geld gaat geven aan Si-Oudijck, zijn niet-erkende zoon. Uiteindelijk wordt Van Oudijck ziek. Hij begint te geloven dat er daadwerkelijk een "stille kracht" bestaat die heel wat sterker is dan hij. Hij vertrouwt nu niemand meer in zijn omgeving.
Léonie vertrekt uiteindelijk naar Europa met de twee jongste kinderen, nadat Theo en Léonie hun relatie hebben verbroken. Doddy trouwt met Addy. Van Oudijck neemt ontslag, hoeveel zijn werk ook ooit voor hem betekend heeft. Hij gaat een teruggetrokken leven leiden met een Indonesische vrouw. In een laatste gesprek met de vrouw van de controleur van Laboewangi Eva Eldersma erkent Van Oudijck de stille kracht, die hem uiteindelijk heeft verslagen.
De roman eindigt met een beschrijving van de uit Mekka terugkerende hadji die triomfantelijk worden ingehaald door de lokale bevolking. De verteller beschrijft hoe het volksleven van de Javanen in het geheel niet door de westerlingen wordt geraakt. Zij en hun geheimzinnige land verzetten zich tegen de ingrepen van de Nederlanders en alles is vervuld van een stille kracht, die zich aan de europeanisering onttrekt.
- Tous les livres sont en état complet et normal, sauf indication contraire. De petites imperfections comme une page collée ou un nom sur la feuille ne sont pas toujours mentionnés
- Vous gérez directement cette commande avec BellenBob's Boeken
- Après votre commande vous et BellenBob's Boeken recevrez une confirmation par e-mail. Dans l'e-mail que vous pouvez trouver, vous pouvez trouver le nom et l'adresse de BellenBob's Boeken
- L'acheteur paie les frais de livraison, sauf accord contraire
- BellenBob's Boeken peut demander un prépaiement
- Boekwinkeltjes.nl essaie de rapprocher les acheteurs et les vendeurs. Boekwinkeltjes.nl n'est jamais impliqué dans un accord entre l'acheteur et le vendeur. Si vous avez un différend avec un ou plusieurs utilisateurs, vous devez le réparer vous-même. Vous indemnisez Boekwinkeltjes.nl de toute réclamation.