Titre
Domburgsch uitzicht van P.C. Boutens
Auteur
Sötemann, A.L.
Langue
néerlandais
ISBN
9789063540654
Éditeur
Middelburg : Stichting Kunstuitleen Zeeland, 1993
Prix
€ 5,00
Détails
Cahiersteek met stofomslag, 31 pp. In uitstekende staat. Slibreeks nr. 61
Plus d'informations
ISBN 9063540655 Vrij van inscripties.
Tekening van Martine van Os-Boer
August Lammert (Guus) Sötemann (Warmenhuizen, 11 augustus 1920 - Utrecht, 28 september 2002) was een neerlandicus, vertaler en hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Utrecht.
Sötemann studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit Utrecht en aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn eerste boekpublicatie was A. Roland Holst en de mythe van Ierland uit 1950, over de dichter Adriaan Roland Holst, die hijzelf als middelbareschoolleerling bezocht had in diens woonplaats Bergen. (In 1947 had hij al wel een vertaling van Guy de Pourtalès over Franz Liszt doen verschijnen.) In 1950 verscheen zijn vertaling van de roman Het slot van Franz Kafka. Hij werd na zijn studie bibliothecaris van de Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels en in 1957 leraar Nederlands te Amsterdam en Utrecht. In 1966 promoveerde hij in Utrecht op het proefschrift De structuur van Max Havelaar. Van 1968 tot 1985 was hij hoogleraar Nieuwere Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Hij nam afscheid op 29 augustus 1985 waarbij hem als cadeau een uitgave van J.H. Leopolds gedicht Cheops werd aangeboden, namelijk Cheops (Arethusa Pers). Bij die gelegenheid kreeg de scheidende hoogleraar tevens het boek Traditie en vernieuwing (Veen Uitgevers) aangeboden. Dat bevat twintig 'opstellen', geschreven door zijn promovendi en leden van de wetenschappelijke staf van het Instituut De Vooys voor Nederlandse taal- en letterkunde. Behalve van de hieronder genoemde promovendi bevat dit boek bijdragen van onder anderen M.A. Schenkeveld-van der Dussen, Gillis Dorleijn, Wiljan van den Akker, Hans Anten, Wilbert Smulders en Redbad Fokkema.
Onder zijn 18 promovendi waren Hannemieke Stamperius, Ton Anbeek, Wiel Kusters, Marita Mathijsen en Willem Glaudemans. Sötemann was een kenner van leven en werk van de dichter J.C. Bloem, over wie hij verschillende boeken schreef. Hij heeft ook over vele andere schrijvers gepubliceerd. Een van zijn grootste verdiensten is de opzet van de serie Monumenta Literaria Neerlandica waarin als eerste in 1979 de mede door hem verzorgde historisch-kritische uitgave van het werk van J.C. Bloem verscheen; in 1983 volgde een soortgelijke uitgave van het werk van J.H. Leopold. (Wikipedia)
Pieter Cornelis Boutens (Middelburg, 20 februari 1870 – Den Haag, 14 maart 1943), auteursnaam P.C. Boutens, was een Nederlandse dichter en classicus.
Boutens groeide op in een Zeeuws, streng-protestants middenstandsmilieu. Na het doorlopen van het Stedelijk Gymnasium Middelburg, waar zijn talent voor Latijn en Grieks bleek en hij Plato's Symposion vertaalde, ving hij de studie klassieke talen aan in 1890, aan de Universiteit Utrecht. In 1899 promoveerde Boutens op een onderzoek naar de Griekse komedieschrijver Aristophanes.
Als dichter debuteerde Boutens in 1891 in de Utrechtse Studenten Almanak. Zijn eerste werk was geïnspireerd door de Verzen van Herman Gorter. Naast de invloeden van de Tachtigers gebruikte Boutens ook Plato, Sappho en de Bijbel als inspiratiebron. Zijn stijl is gebaseerd op het idee van het bereiken van een "hogere werkelijkheid", in Boutens' visie één die "Gods geheim" zou benaderen. Tevens klinkt in de poëzie van Boutens een hang naar Plato en de liefde voor Eros door. Duidelijke homo-erotiek klinkt door in de Strofen van Andries de Hoghe (1919; vermeerderde editie 1932), die echter gepresenteerd werden alsof ze door een jonggestorven dichter geschreven waren en alleen maar door Boutens waren uitgegeven. Pas in 1983 bewees Wouter Blok dat Boutens wel degelijk de auteur van deze gedichten was, mede op grond van de "Boutensdocumentatie" van C.C.V. van Lier-Schmidt Ernsthausen (1894-1978). Openlijk homoseksueel was Boutens niet. Hij woonde wel samen met zijn vriend Cornelis van Duyvenbode, maar deze ging door voor zijn huisknecht. Toch besliste het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck III in 1930 hem geen koninklijke onderscheiding te verlenen wegens geruchten over Boutens' homoseksualiteit.
In 1894 aanvaardde hij de betrekking van leraar klassieke talen aan de jongenskostschool 'Noorthey' te Voorschoten. Dit was een in die tijd vermaard instituut, dat jongelui uit aristocratische families trok, met wie Boutens het goed kon vinden. Na een fysieke ineenstorting in 1904 en een daarop volgende vakantie in Tirol vestigde hij zich in Den Haag, waar hij in zijn levensonderhoud voorzag door privélessen en door de financiële steun van enkele via Noorthey verworven aristocratische vrienden. Onder zijn financiële-steunverleners was zijn oud-leerling op Noorthey Anton Johan Adriaan baron van Herzeele (1882-1960). Hij stelde zijn woning aan de Haagse Laan Copes van Cattenburch ter beschikking aan de dichter. Voor dit 'vriendenfonds' zette later ook de fabrikant en schrijver Arij Prins zich bijzonder in.
Boutens maakte zich in de literaire wereld verdienstelijk via de in 1905 opgerichte Vereniging van Letterkundigen. In 1918 werd hij voorzitter. Met zijn nuchtere ondernemingszin maakte hij het 'Ondersteuningsfonds voor behoeftige letterkundigen' tot een succes. Hetzelfde mag gezegd worden van zijn activiteit voor het in 1919 gestichte Willem Kloosfonds, dat eveneens was opgericht ter financiële ondersteuning aan letterkundigen.
Boutens dichtte Een nieuwe lente op Hollands erf ter gelegenheid van het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld op 7 januari 1937, met een tekening van André van der Vossen. De rijmprent, die aan alle schoolkinderen werd uitgereikt, leidde tot veel controverse vanwege met name het (niet afgedrukte) achtste couplet en kreeg een nasleep door de financiële vergoeding die Boutens vroeg voor de 'miljoenenoplage'.
De esthetische 'woordkunst' en zijn voorliefde voor neologismen (net als bij de Tachtigers) vormen in Boutens' werk herkenningspunten. De impressionistische beschrijvingskunst van die generatie was hem echter vreemd. Langzamerhand ontwikkelde hij zich in een geheel eigen richting, die sterk werd bepaald door zijn filosofische inzichten: de leer van Plato heeft aan zijn dichtkunst zin en inhoud gegeven. (Wikipedia)
De Slibreeks was een serie kleine boekjes, die lezers met literaire belangstelling de kans wilde geven om gemakkelijk en tegen een aantrekkelijke prijs kennis te maken met het werk van bekende en onbekende auteurs. Alle boekjes in de Slibreeks zijn bijzondere uitgaven: het is een eerste vertaling of een opvallend debuut, maar belangrijk is dat de teksten nog niet eerder in Nederland zijn gepubliceerd.
Werk van bekende auteurs is verschenen in de Slibreeks, bijvoorbeeld van Wim Hofman, Hester Knibbe, Astrid Lampe, Toon Tellegen, Erik Bindervoet & Robert-Jan Henkes, Ben Zwaal, Arjen Duinker, Rutger Kopland & Driek van Wissen, George Perec, Piet Meeuse, Hans Verhagen. F. van Dixhoorn, Jan Lauwereyns en Jan Brokken
Het uiterlijk van de deeltjes wordt steeds gekenmerkt door de medewerking van kunstenaars wat de serie een bijzonder karakter geeft. De afgelopen jaren zijn de boekjes vormgegeven door de Stichting Zout.
Tekening van Martine van Os-Boer
August Lammert (Guus) Sötemann (Warmenhuizen, 11 augustus 1920 - Utrecht, 28 september 2002) was een neerlandicus, vertaler en hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Utrecht.
Sötemann studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit Utrecht en aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn eerste boekpublicatie was A. Roland Holst en de mythe van Ierland uit 1950, over de dichter Adriaan Roland Holst, die hijzelf als middelbareschoolleerling bezocht had in diens woonplaats Bergen. (In 1947 had hij al wel een vertaling van Guy de Pourtalès over Franz Liszt doen verschijnen.) In 1950 verscheen zijn vertaling van de roman Het slot van Franz Kafka. Hij werd na zijn studie bibliothecaris van de Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels en in 1957 leraar Nederlands te Amsterdam en Utrecht. In 1966 promoveerde hij in Utrecht op het proefschrift De structuur van Max Havelaar. Van 1968 tot 1985 was hij hoogleraar Nieuwere Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Hij nam afscheid op 29 augustus 1985 waarbij hem als cadeau een uitgave van J.H. Leopolds gedicht Cheops werd aangeboden, namelijk Cheops (Arethusa Pers). Bij die gelegenheid kreeg de scheidende hoogleraar tevens het boek Traditie en vernieuwing (Veen Uitgevers) aangeboden. Dat bevat twintig 'opstellen', geschreven door zijn promovendi en leden van de wetenschappelijke staf van het Instituut De Vooys voor Nederlandse taal- en letterkunde. Behalve van de hieronder genoemde promovendi bevat dit boek bijdragen van onder anderen M.A. Schenkeveld-van der Dussen, Gillis Dorleijn, Wiljan van den Akker, Hans Anten, Wilbert Smulders en Redbad Fokkema.
Onder zijn 18 promovendi waren Hannemieke Stamperius, Ton Anbeek, Wiel Kusters, Marita Mathijsen en Willem Glaudemans. Sötemann was een kenner van leven en werk van de dichter J.C. Bloem, over wie hij verschillende boeken schreef. Hij heeft ook over vele andere schrijvers gepubliceerd. Een van zijn grootste verdiensten is de opzet van de serie Monumenta Literaria Neerlandica waarin als eerste in 1979 de mede door hem verzorgde historisch-kritische uitgave van het werk van J.C. Bloem verscheen; in 1983 volgde een soortgelijke uitgave van het werk van J.H. Leopold. (Wikipedia)
Pieter Cornelis Boutens (Middelburg, 20 februari 1870 – Den Haag, 14 maart 1943), auteursnaam P.C. Boutens, was een Nederlandse dichter en classicus.
Boutens groeide op in een Zeeuws, streng-protestants middenstandsmilieu. Na het doorlopen van het Stedelijk Gymnasium Middelburg, waar zijn talent voor Latijn en Grieks bleek en hij Plato's Symposion vertaalde, ving hij de studie klassieke talen aan in 1890, aan de Universiteit Utrecht. In 1899 promoveerde Boutens op een onderzoek naar de Griekse komedieschrijver Aristophanes.
Als dichter debuteerde Boutens in 1891 in de Utrechtse Studenten Almanak. Zijn eerste werk was geïnspireerd door de Verzen van Herman Gorter. Naast de invloeden van de Tachtigers gebruikte Boutens ook Plato, Sappho en de Bijbel als inspiratiebron. Zijn stijl is gebaseerd op het idee van het bereiken van een "hogere werkelijkheid", in Boutens' visie één die "Gods geheim" zou benaderen. Tevens klinkt in de poëzie van Boutens een hang naar Plato en de liefde voor Eros door. Duidelijke homo-erotiek klinkt door in de Strofen van Andries de Hoghe (1919; vermeerderde editie 1932), die echter gepresenteerd werden alsof ze door een jonggestorven dichter geschreven waren en alleen maar door Boutens waren uitgegeven. Pas in 1983 bewees Wouter Blok dat Boutens wel degelijk de auteur van deze gedichten was, mede op grond van de "Boutensdocumentatie" van C.C.V. van Lier-Schmidt Ernsthausen (1894-1978). Openlijk homoseksueel was Boutens niet. Hij woonde wel samen met zijn vriend Cornelis van Duyvenbode, maar deze ging door voor zijn huisknecht. Toch besliste het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck III in 1930 hem geen koninklijke onderscheiding te verlenen wegens geruchten over Boutens' homoseksualiteit.
In 1894 aanvaardde hij de betrekking van leraar klassieke talen aan de jongenskostschool 'Noorthey' te Voorschoten. Dit was een in die tijd vermaard instituut, dat jongelui uit aristocratische families trok, met wie Boutens het goed kon vinden. Na een fysieke ineenstorting in 1904 en een daarop volgende vakantie in Tirol vestigde hij zich in Den Haag, waar hij in zijn levensonderhoud voorzag door privélessen en door de financiële steun van enkele via Noorthey verworven aristocratische vrienden. Onder zijn financiële-steunverleners was zijn oud-leerling op Noorthey Anton Johan Adriaan baron van Herzeele (1882-1960). Hij stelde zijn woning aan de Haagse Laan Copes van Cattenburch ter beschikking aan de dichter. Voor dit 'vriendenfonds' zette later ook de fabrikant en schrijver Arij Prins zich bijzonder in.
Boutens maakte zich in de literaire wereld verdienstelijk via de in 1905 opgerichte Vereniging van Letterkundigen. In 1918 werd hij voorzitter. Met zijn nuchtere ondernemingszin maakte hij het 'Ondersteuningsfonds voor behoeftige letterkundigen' tot een succes. Hetzelfde mag gezegd worden van zijn activiteit voor het in 1919 gestichte Willem Kloosfonds, dat eveneens was opgericht ter financiële ondersteuning aan letterkundigen.
Boutens dichtte Een nieuwe lente op Hollands erf ter gelegenheid van het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld op 7 januari 1937, met een tekening van André van der Vossen. De rijmprent, die aan alle schoolkinderen werd uitgereikt, leidde tot veel controverse vanwege met name het (niet afgedrukte) achtste couplet en kreeg een nasleep door de financiële vergoeding die Boutens vroeg voor de 'miljoenenoplage'.
De esthetische 'woordkunst' en zijn voorliefde voor neologismen (net als bij de Tachtigers) vormen in Boutens' werk herkenningspunten. De impressionistische beschrijvingskunst van die generatie was hem echter vreemd. Langzamerhand ontwikkelde hij zich in een geheel eigen richting, die sterk werd bepaald door zijn filosofische inzichten: de leer van Plato heeft aan zijn dichtkunst zin en inhoud gegeven. (Wikipedia)
De Slibreeks was een serie kleine boekjes, die lezers met literaire belangstelling de kans wilde geven om gemakkelijk en tegen een aantrekkelijke prijs kennis te maken met het werk van bekende en onbekende auteurs. Alle boekjes in de Slibreeks zijn bijzondere uitgaven: het is een eerste vertaling of een opvallend debuut, maar belangrijk is dat de teksten nog niet eerder in Nederland zijn gepubliceerd.
Werk van bekende auteurs is verschenen in de Slibreeks, bijvoorbeeld van Wim Hofman, Hester Knibbe, Astrid Lampe, Toon Tellegen, Erik Bindervoet & Robert-Jan Henkes, Ben Zwaal, Arjen Duinker, Rutger Kopland & Driek van Wissen, George Perec, Piet Meeuse, Hans Verhagen. F. van Dixhoorn, Jan Lauwereyns en Jan Brokken
Het uiterlijk van de deeltjes wordt steeds gekenmerkt door de medewerking van kunstenaars wat de serie een bijzonder karakter geeft. De afgelopen jaren zijn de boekjes vormgegeven door de Stichting Zout.
Images
Apollonius
Sint Hubert
Bestelt u meerdere boeken, dan verzenden wij ze samen en betaalt u maar één keer verzendkosten. Bij bestellingen met een totaalbedrag van € 50,00 of meer is binnen Nederland de verzending gratis - bij bestellingen onder de 10 kg.
Mocht u binnen 1 dag na de bestelling geen reactie hebben, kijk dan bij de spam/ongewenste post.
Verzendingen vinden plaats na ontvangst van betaling.
Alleen verzendingen binnen de EU.
- Tous les livres sont en état complet et normal, sauf indication contraire. De petites imperfections comme une page collée ou un nom sur la feuille ne sont pas toujours mentionnés
- Vous gérez directement cette commande avec Apollonius
- Après votre commande vous et Apollonius recevrez une confirmation par e-mail. Dans l'e-mail que vous pouvez trouver, vous pouvez trouver le nom et l'adresse de Apollonius
- L'acheteur paie les frais de livraison, sauf accord contraire
- Apollonius peut demander un prépaiement
- Boekwinkeltjes.nl essaie de rapprocher les acheteurs et les vendeurs. Boekwinkeltjes.nl n'est jamais impliqué dans un accord entre l'acheteur et le vendeur. Si vous avez un différend avec un ou plusieurs utilisateurs, vous devez le réparer vous-même. Vous indemnisez Boekwinkeltjes.nl de toute réclamation.