Titre
Giacometti
Auteur
Dupin, Jacques
Langue
Français
Éditeur
Paris : Maeght Editeur, 1962
Prix
€ 60,00(Excl. toute livraison)
Détails
Gebonden, linnen band met stofomslag, 313 pp. In zeer goede staat
Plus d'informations
Vrij van inscripties e.d. Zeer gaaf stofomslag.
Alberto Giacometti (Borgonovo, Stampa, 10 oktober 1901 – Chur, 11 januari 1966) was een Zwitserse beeldhouwer en schilder.
Alberto was een zoon van de postimpressionistische schilder Giovanni Giacometti, een broer van Diego Giacometti (kunstschilder en handwerksman, die later Alberto's assistent werd) en een neef van de schilder Augusto Giacometti. De familie vestigde zich in 1906 in Stampa, waar Alberto van zijn vader een atelier kreeg in een voormalige schuur. Vanaf 1910 bracht de familie de zomers door in een chalet in Maloja, waar vader en zoon Giacometti veel landschappen tekenden en schilderden.
Een eerste schilderij van Alberto, Appels, dateert van 1913 en een eerste beeld, een buste van Diego, is van 1914. Alberto was zeer geïnteresseerd in de kunstboeken van zijn vader en maakte zo kennis met het werk van onder anderen Albrecht Dürer, Rembrandt van Rijn en Jan van Eyck. Dit werk ging hij kopiëren, een bezigheid die hij later nog vaak zou beoefenen. Tijdens zijn schooljaren van 1915 tot 1919 kreeg hij, als uitstekende leerling, de beschikking over een atelier om in de vrije tijd te kunnen schilderen en beeldhouwen.
Giacometti liet zich in 1919 inschrijven aan de kunstacademie in Genève, die hij na korte tijd weer verliet om zich vervolgens aan te melden voor de beeldhouwklas van de kunstnijverheidsschool. In 1920 bezocht hij enkele malen Italië, eerst in mei 1920 samen met zijn vader in Venetië de Biënnale van Venetië en de San Marco, waar hij zeer veel inspiratie opdeed, en daarna vele maanden verblijvend in onder andere Florence, Assisi en Rome.
Vanaf 1922 woonde en werkte hij in Parijs, in de wijk Montparnasse. Hij volgde lessen bij Émile-Antoine Bourdelle aan de Académie de la Grande Chaumière. 's Ochtends werkte hij aan zijn beelden, 's middags tekende hij. Hij was er erg eenzaam en bezocht musea, waar hij werken van Henri Matisse kopieerde. Deze situatie duurde tot 1925 toen hij over een eigen atelier beschikte in de Rue Froideveaux 37. Op uitnodiging van Bourdelle kon hij exposeren tijdens de Salon des Tuileries en kreeg hij zijn eerste opdracht van een Zwitserse verzamelaar. Hij onderging de invloed van Henri Laurens, die hij in zijn atelier ontmoette, Jacques Lipchitz en Constantin Brâncuşi. Hij ontdekte in die periode zowel de Afrikaanse kunst, in het Musée de l'Homme, als het surrealisme. Door al deze invloeden besloot hij af te zien van beeldhouwen naar model en de werkelijkheid los te laten. In 1927 betrok Giacometti een klein atelier in de Rue Hippolyte Maindron 46.
Hij verkeerde in het gezelschap van onder anderen de schilders Joan Miró, Alexander Calder, André Masson en via hem Michel Leiris, met wie hij bevriend bleef. Giacometti kreeg met twee beelden een expositie in Galerie Jeanne Bucher en begon in een grotere kring bekendheid te genieten. Leiris publiceerde een tekst over Giacometti in het tijdschrift Documents. Giacometti ging samenwerken met zijn broer Diego, die decoratieve voorwerpen en kunstnijverheid vervaardigde en in zijn buurt was komen wonen om hem te assisteren.
Surrealisme
In de periode 1930 tot 1932 ontmoette Giacometti Louis Aragon, André Breton en Salvador Dalí, sloot zich aan bij de surrealisten en deed mee met hun activiteiten en exposities. Met zijn werk Hangende bol nam hij deel aan een tentoonstelling van Jean Arp en Joan Miró bij Galerie Pierre Loeb. Vele exposities met de surrealisten volgden in Europa en de Verenigde Staten.
In 1934 kreeg Giacometti een eerste solo-expositie bij Galerie Julien Levy in New York. In de periode van 1935 tot 1940 probeerde hij vergeefs weer naar model te werken: niets werd zoals hij het zich voorstelde. Het luidde wel zijn uitsluiting door de surrealisten in. Een kop, we weten wel wat een kop is, zei Breton. Hij exposeerde niet meer tot 1947. Begin 1931 ontmoet hij ook voor het eerst Pablo Picasso wat resulteerde in een jarenlange vriendschap.
1940-1966
Van 1942 tot 1944 woonde Giacometti in Genève, waar hij zijn latere echtgenote Annette Arm ontmoette. Diego wist in Parijs zijn atelier in stand te houden. Na terugkeer in Parijs voegde Annette zich bij hem. Giacometti huwde haar in 1949. Nu brak Giacometti's meest productieve periode aan met zijn vrouw als muze en voornaamste model.
Al snel kreeg Giacometti belangrijke exposities, waaronder in de Pierre Matisse Gallery in New York. Tijdens de Biënnale van Venetië van 1962 ontving Giacometti de Grote Prijs van de Beeldhouwkunst. Hij overleed in 1966 aan de gevolgen van een hartziekte en chronische bronchitis. Hij werd begraven in Borgonovo, dicht bij zijn ouders.
Zijn werk is te vinden in de collecties van vele belangrijke musea en beeldenparken. In het voormalige treinstation Gare des Invalides in Parijs zal vanaf 2026 een nieuw Giacometti Museum gevestigd worden.
----
Jacques Dupin, né le 4 mars 1927 à Privas et mort le 27 octobre 2012 à Paris, est un poète français.
Né en 1927, Jacques Dupin passe les premières années de son enfance au sein de l'hôpital psychiatrique dans lequel son père est médecin-chef. Il y fréquente les pensionnaires, surtout les "folles", dont le souvenir pesant donnera naissance au recueil Les Mères. À la mort de son père, en 1931 (Jacques Dupin a alors quatre ans), la mère de Jacques l'emmène avec lui en Picardie, d'où elle est originaire. En 1939, la mère et le fils retournent à Privas pour s'éloigner de la guerre. Enfin, en 1944, il se rend à Paris pour y suivre (en dilettante) des études de droit notarial qu'il abandonne très vite pour se consacrer à une vie artistique intense et variée : il rencontre René Char, qui l'introduit dans le cercle des poètes et artistes parisiens, et lui offre un premier poste de secrétaire de rédaction pour la revue Empédocle, qu'il dirige avec Albert Béguin et Albert Camus.
Ce même René Char préfacera son premier recueil publié, Cendrier du voyage (1950), chez Guy Levis Mano (GLM). Char lui fait rencontrer de nombreux galéristes, par le biais desquels il devient le biographe officiel de Miró. Très tôt attendu comme le successeur de Char, il prend le contre-pied de celui-ci en imposant, de livre en livre, une écriture atypique, souvent en ruptures. Ses textes suscitent l'admiration d'auteurs, de peintres comme Antoni Tàpies. Paul Auster traduit ses poèmes en anglais. Mais c'est dans l'ombre qu'œuvre Dupin, dans le retrait. Jamais tenté par le roman, à peine écrira-t-il une pièce de théâtre, proche tout de même de la forme poétique, L'Éboulement.
Il travaille d'abord pour la galerie Maeght, puis, à la mort d'Aimé Maeght, fonde avec Jean Frémon et Daniel Lelong la galerie Lelong. Cela l'amène à rencontrer de nombreux artistes de son temps, au premier rang desquels Alberto Giacometti et Joan Miró occupent une place majeure dans son œuvre.
Expert de l'œuvre de Miró, il est président du comité de l'ADOM (Association pour la défense de l'œuvre de Joan Miró), qui promeut l'œuvre du peintre et statue sur l'authenticité des œuvres qui lui sont soumises.
Entre 1966 et 1971, il participe à la revue L'Éphémère, mêlant critique d'art et poésie, avec Gaétan Picon, Louis-René des Forêts, Yves Bonnefoy et André du Bouchet. Le lien entre l'art plastique et la poésie est étroit chez Dupin, qui ne cessera de revendiquer ce qu'il doit aux artistes, tant dans sa vie personnelle que dans l'élaboration de sa poétique.
Il meurt le 27 octobre 2012 dans le 10e arrondissement de Paris, à l'âge de 85 ans.
La médiathèque municipale de Privas porte son nom.
(Bron - Wikipedia)
Alberto Giacometti (Borgonovo, Stampa, 10 oktober 1901 – Chur, 11 januari 1966) was een Zwitserse beeldhouwer en schilder.
Alberto was een zoon van de postimpressionistische schilder Giovanni Giacometti, een broer van Diego Giacometti (kunstschilder en handwerksman, die later Alberto's assistent werd) en een neef van de schilder Augusto Giacometti. De familie vestigde zich in 1906 in Stampa, waar Alberto van zijn vader een atelier kreeg in een voormalige schuur. Vanaf 1910 bracht de familie de zomers door in een chalet in Maloja, waar vader en zoon Giacometti veel landschappen tekenden en schilderden.
Een eerste schilderij van Alberto, Appels, dateert van 1913 en een eerste beeld, een buste van Diego, is van 1914. Alberto was zeer geïnteresseerd in de kunstboeken van zijn vader en maakte zo kennis met het werk van onder anderen Albrecht Dürer, Rembrandt van Rijn en Jan van Eyck. Dit werk ging hij kopiëren, een bezigheid die hij later nog vaak zou beoefenen. Tijdens zijn schooljaren van 1915 tot 1919 kreeg hij, als uitstekende leerling, de beschikking over een atelier om in de vrije tijd te kunnen schilderen en beeldhouwen.
Giacometti liet zich in 1919 inschrijven aan de kunstacademie in Genève, die hij na korte tijd weer verliet om zich vervolgens aan te melden voor de beeldhouwklas van de kunstnijverheidsschool. In 1920 bezocht hij enkele malen Italië, eerst in mei 1920 samen met zijn vader in Venetië de Biënnale van Venetië en de San Marco, waar hij zeer veel inspiratie opdeed, en daarna vele maanden verblijvend in onder andere Florence, Assisi en Rome.
Vanaf 1922 woonde en werkte hij in Parijs, in de wijk Montparnasse. Hij volgde lessen bij Émile-Antoine Bourdelle aan de Académie de la Grande Chaumière. 's Ochtends werkte hij aan zijn beelden, 's middags tekende hij. Hij was er erg eenzaam en bezocht musea, waar hij werken van Henri Matisse kopieerde. Deze situatie duurde tot 1925 toen hij over een eigen atelier beschikte in de Rue Froideveaux 37. Op uitnodiging van Bourdelle kon hij exposeren tijdens de Salon des Tuileries en kreeg hij zijn eerste opdracht van een Zwitserse verzamelaar. Hij onderging de invloed van Henri Laurens, die hij in zijn atelier ontmoette, Jacques Lipchitz en Constantin Brâncuşi. Hij ontdekte in die periode zowel de Afrikaanse kunst, in het Musée de l'Homme, als het surrealisme. Door al deze invloeden besloot hij af te zien van beeldhouwen naar model en de werkelijkheid los te laten. In 1927 betrok Giacometti een klein atelier in de Rue Hippolyte Maindron 46.
Hij verkeerde in het gezelschap van onder anderen de schilders Joan Miró, Alexander Calder, André Masson en via hem Michel Leiris, met wie hij bevriend bleef. Giacometti kreeg met twee beelden een expositie in Galerie Jeanne Bucher en begon in een grotere kring bekendheid te genieten. Leiris publiceerde een tekst over Giacometti in het tijdschrift Documents. Giacometti ging samenwerken met zijn broer Diego, die decoratieve voorwerpen en kunstnijverheid vervaardigde en in zijn buurt was komen wonen om hem te assisteren.
Surrealisme
In de periode 1930 tot 1932 ontmoette Giacometti Louis Aragon, André Breton en Salvador Dalí, sloot zich aan bij de surrealisten en deed mee met hun activiteiten en exposities. Met zijn werk Hangende bol nam hij deel aan een tentoonstelling van Jean Arp en Joan Miró bij Galerie Pierre Loeb. Vele exposities met de surrealisten volgden in Europa en de Verenigde Staten.
In 1934 kreeg Giacometti een eerste solo-expositie bij Galerie Julien Levy in New York. In de periode van 1935 tot 1940 probeerde hij vergeefs weer naar model te werken: niets werd zoals hij het zich voorstelde. Het luidde wel zijn uitsluiting door de surrealisten in. Een kop, we weten wel wat een kop is, zei Breton. Hij exposeerde niet meer tot 1947. Begin 1931 ontmoet hij ook voor het eerst Pablo Picasso wat resulteerde in een jarenlange vriendschap.
1940-1966
Van 1942 tot 1944 woonde Giacometti in Genève, waar hij zijn latere echtgenote Annette Arm ontmoette. Diego wist in Parijs zijn atelier in stand te houden. Na terugkeer in Parijs voegde Annette zich bij hem. Giacometti huwde haar in 1949. Nu brak Giacometti's meest productieve periode aan met zijn vrouw als muze en voornaamste model.
Al snel kreeg Giacometti belangrijke exposities, waaronder in de Pierre Matisse Gallery in New York. Tijdens de Biënnale van Venetië van 1962 ontving Giacometti de Grote Prijs van de Beeldhouwkunst. Hij overleed in 1966 aan de gevolgen van een hartziekte en chronische bronchitis. Hij werd begraven in Borgonovo, dicht bij zijn ouders.
Zijn werk is te vinden in de collecties van vele belangrijke musea en beeldenparken. In het voormalige treinstation Gare des Invalides in Parijs zal vanaf 2026 een nieuw Giacometti Museum gevestigd worden.
----
Jacques Dupin, né le 4 mars 1927 à Privas et mort le 27 octobre 2012 à Paris, est un poète français.
Né en 1927, Jacques Dupin passe les premières années de son enfance au sein de l'hôpital psychiatrique dans lequel son père est médecin-chef. Il y fréquente les pensionnaires, surtout les "folles", dont le souvenir pesant donnera naissance au recueil Les Mères. À la mort de son père, en 1931 (Jacques Dupin a alors quatre ans), la mère de Jacques l'emmène avec lui en Picardie, d'où elle est originaire. En 1939, la mère et le fils retournent à Privas pour s'éloigner de la guerre. Enfin, en 1944, il se rend à Paris pour y suivre (en dilettante) des études de droit notarial qu'il abandonne très vite pour se consacrer à une vie artistique intense et variée : il rencontre René Char, qui l'introduit dans le cercle des poètes et artistes parisiens, et lui offre un premier poste de secrétaire de rédaction pour la revue Empédocle, qu'il dirige avec Albert Béguin et Albert Camus.
Ce même René Char préfacera son premier recueil publié, Cendrier du voyage (1950), chez Guy Levis Mano (GLM). Char lui fait rencontrer de nombreux galéristes, par le biais desquels il devient le biographe officiel de Miró. Très tôt attendu comme le successeur de Char, il prend le contre-pied de celui-ci en imposant, de livre en livre, une écriture atypique, souvent en ruptures. Ses textes suscitent l'admiration d'auteurs, de peintres comme Antoni Tàpies. Paul Auster traduit ses poèmes en anglais. Mais c'est dans l'ombre qu'œuvre Dupin, dans le retrait. Jamais tenté par le roman, à peine écrira-t-il une pièce de théâtre, proche tout de même de la forme poétique, L'Éboulement.
Il travaille d'abord pour la galerie Maeght, puis, à la mort d'Aimé Maeght, fonde avec Jean Frémon et Daniel Lelong la galerie Lelong. Cela l'amène à rencontrer de nombreux artistes de son temps, au premier rang desquels Alberto Giacometti et Joan Miró occupent une place majeure dans son œuvre.
Expert de l'œuvre de Miró, il est président du comité de l'ADOM (Association pour la défense de l'œuvre de Joan Miró), qui promeut l'œuvre du peintre et statue sur l'authenticité des œuvres qui lui sont soumises.
Entre 1966 et 1971, il participe à la revue L'Éphémère, mêlant critique d'art et poésie, avec Gaétan Picon, Louis-René des Forêts, Yves Bonnefoy et André du Bouchet. Le lien entre l'art plastique et la poésie est étroit chez Dupin, qui ne cessera de revendiquer ce qu'il doit aux artistes, tant dans sa vie personnelle que dans l'élaboration de sa poétique.
Il meurt le 27 octobre 2012 dans le 10e arrondissement de Paris, à l'âge de 85 ans.
La médiathèque municipale de Privas porte son nom.
(Bron - Wikipedia)
Images
Apollonius
Sint Hubert
Bestelt u meerdere boeken, dan verzenden wij ze samen en betaalt u maar één keer verzendkosten. Bij bestellingen met een totaalbedrag van € 50,00 of meer is binnen Nederland de verzending gratis - bij bestellingen onder de 10 kg.
Mocht u binnen 1 dag na de bestelling geen reactie hebben, kijk dan bij de spam/ongewenste post.
Verzendingen vinden plaats na ontvangst van betaling.
Alleen verzendingen binnen de EU.
- Tous les livres sont en état complet et normal, sauf indication contraire. De petites imperfections comme une page collée ou un nom sur la feuille ne sont pas toujours mentionnés
- Vous gérez directement cette commande avec Apollonius
- Après votre commande vous et Apollonius recevrez une confirmation par e-mail. Dans l'e-mail que vous pouvez trouver, vous pouvez trouver le nom et l'adresse de Apollonius
- L'acheteur paie les frais de livraison, sauf accord contraire
- Apollonius peut demander un prépaiement
- Boekwinkeltjes.nl essaie de rapprocher les acheteurs et les vendeurs. Boekwinkeltjes.nl n'est jamais impliqué dans un accord entre l'acheteur et le vendeur. Si vous avez un différend avec un ou plusieurs utilisateurs, vous devez le réparer vous-même. Vous indemnisez Boekwinkeltjes.nl de toute réclamation.