Ce titre ne peut être commandé.
Ce titre ne peut pas être commandé en ce moment. Veuillez réessayer plus tard
Ce titre ne peut pas être commandé en ce moment. Veuillez réessayer plus tard
Titre
De Verbinding der Y-Oevers: 34 Uitvouwbare Tekeningen = Rapport Betreffende de Verbinding der Y-Oevers met o.a. De Ij Tunnel
Auteur
Onbekend
Langue
néerlandais
Éditeur
Amsterdam: Stadsadrukkerij
Prix
€ 120,00(Excl. toute livraison)
Détails
1931, Goede Staat, Cassette met 34 Uitvouwbare Kaarten en Tekeningen + Rapport (Boek), 72 blz + 34 Tekeningen
Plus d'informations
Enkele roestvlekken op voorkant Cassette.
Zie Foto's voor Inhoud/Onderwerp Tekeningen
De noordelijke IJ-oever was eeuwenlang een slecht toegankelijk, agrarisch gebied, dat niet tot de stad behoorde en waarvoor Amsterdam weinig belangstelling had. Dit veranderde toen in de jaren 70 van de 19e eeuw door de sterke bevolkingsgroei gebrek aan terreinen voor woningbouw ontstond en de stad door de annexaties van 1877 zeggenschap kreeg over de noordelijke IJ-oever tot aan de Waterlandse Zeedijk. De lage grondkosten en de gunstige ligging aan het IJ maakten het voor particuliere bedrijven aantrekkelijk zich hier te vestigen.
Toen rond 1900 ook de woningbouw op gang kwam, ontstond het probleem van de IJ-oeververbindingen. De bestaande ponten en veren raakten weldra overbelast. Meer dan een halve eeuw heeft Amsterdam met dit probleem geworsteld, waarbij verschillende plannen voor een brug- of tunnelverbinding het licht zagen. Maar volgens het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP 1934) kon met ponten worden volstaan omdat er genoeg ruimte was voor stadsuitbreiding aan de west- en de zuidzijde van de stad en er dus geen noodzaak bestond om de noordelijke IJ-oever verder te ontwikkelen. Die ontwikkeling werd zelfs een stedenbouwkundige fout genoemd.
De politiek was wat dit betreft realistischer. Het bestuur sloot zich aan bij de wens van het bedrijfsleven en de bevolking om van de pontenmisère verlost te worden. Bij de vaststelling van het AUP in 1935 nam de gemeenteraad moties aan die ten slotte hebben geleid tot de bouw van de IJ-tunnel.
Zie Foto's voor Inhoud/Onderwerp Tekeningen
De noordelijke IJ-oever was eeuwenlang een slecht toegankelijk, agrarisch gebied, dat niet tot de stad behoorde en waarvoor Amsterdam weinig belangstelling had. Dit veranderde toen in de jaren 70 van de 19e eeuw door de sterke bevolkingsgroei gebrek aan terreinen voor woningbouw ontstond en de stad door de annexaties van 1877 zeggenschap kreeg over de noordelijke IJ-oever tot aan de Waterlandse Zeedijk. De lage grondkosten en de gunstige ligging aan het IJ maakten het voor particuliere bedrijven aantrekkelijk zich hier te vestigen.
Toen rond 1900 ook de woningbouw op gang kwam, ontstond het probleem van de IJ-oeververbindingen. De bestaande ponten en veren raakten weldra overbelast. Meer dan een halve eeuw heeft Amsterdam met dit probleem geworsteld, waarbij verschillende plannen voor een brug- of tunnelverbinding het licht zagen. Maar volgens het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP 1934) kon met ponten worden volstaan omdat er genoeg ruimte was voor stadsuitbreiding aan de west- en de zuidzijde van de stad en er dus geen noodzaak bestond om de noordelijke IJ-oever verder te ontwikkelen. Die ontwikkeling werd zelfs een stedenbouwkundige fout genoemd.
De politiek was wat dit betreft realistischer. Het bestuur sloot zich aan bij de wens van het bedrijfsleven en de bevolking om van de pontenmisère verlost te worden. Bij de vaststelling van het AUP in 1935 nam de gemeenteraad moties aan die ten slotte hebben geleid tot de bouw van de IJ-tunnel.